Brief aan minister van Engelshoven en de Raad voor Cultuur

Afgelopen week ontvingen we een zeer positief advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Een advies waaruit bleek dat de plannen goed waren gelezen en waaruit ook duidelijk bleek dat de missie en visie worden herkend en helder vertaalt zijn naar plannen en activiteiten. Een advies waarin geschreven staat dat Dansateliers zich in de afgelopen periode zichtbaar heeft bewezen, in Rotterdam, maar ook nationaal en internationaal en dat de organisatie als experimenteel dansproductiehuis hoog staat aangeschreven.

Het advies van de Raad voor Cultuur dat daaraan vooraf ging twee weken eerder, was een heel ander verhaal. Een advies waarover we zoals we eerder al schreven van moesten bijkomen en waarover we ons moesten bezinnen. We schreven een acht pagina lange reactie aan minister van Engelshoven en de Raad voor Cultuur vanuit de organisatie zelf waarin we een behoorlijke reeks aan feitelijke onjuistheden, aannames en onvolledigheden helder hebben toegelicht.

We bleken niet de enige te zijn die last had van een onvolledig en onzorgvuldig geformuleerd advies. De reden waarom we vol overtuiging zijn aangesloten bij een in onze ogen zeer noodzakelijke brief, waarin het proces van besluitvorming wordt bevraagd, net als de zeer onzorgvuldig geformuleerde adviezen. De brief, met in totaal vijftig ondertekenaars, roept op tot een gesprek om tot een gezamenlijke visie te komen om te kunnen beantwoorden aan de enorme behoefte die er bestaat om ruimte te maken voor (onderzoek en) ontwikkeling. Juist nu.

Lees de brief hieronder.

Geachte minister Van Engelshoven, geachte Raad voor Cultuur,

De categorie ontwikkelinstelling roept na het neerdwarrelen van het stof van de beslissingen grote vragen op. In wat eerst losse zaken leken te zijn van individuele instellingen, lijken zich nu een paar duidelijke patronen en grotere onregelmatigheden af
te tekenen. Om te beginnen willen we zeggen dat deze brief op geen enkele manier de kwaliteit van de gehonoreerde aanvragen in twijfel wenst te trekken. We willen slechts onze grote zorgen uitspreken over de manier waarop het advies van de Raad tot stand is gekomen, en de mogelijke impact die dit zou kunnen gaan hebben op de keten van de kunstensector.

In de inleidingstekst op de adviezen in de categorie ontwikkelingsinstellingen komt de raad zelf met de constatering dat de aanvragen niet goed met elkaar te vergelijken zouden zijn. De olifant in de kamer is echter dat de raad, getuige de soms gebrekkige
adviesteksten, vanwege een onheldere definitie van een ontwikkelinstelling over te weinig kaders heeft kunnen beschikken om de aanvragen echt op waarde te kunnen schatten, nieuwe ontwikkelingen in het veld te kunnen plaatsen en een overkoepelende visie over de functie Ontwikkelinstellingen te kunnen formuleren.

Een meerderheid van de instellingen die deze brief hebben ondertekend zien grote hoeveelheden onjuistheden in hun advies staan. Naast kleine technische foutjes zijn soms ook uitspraken van de Raad aantoonbaar gebaseerd op een oppervlakkige lezing van de
desbetreffende aanvragen. Daarnaast worden sommige criteria niet consequent toegepast. Sommige instellingen worden geprezen om hun talentbeleid terwijl andere met een aantoonbaar betere trackrecord hyperkritisch worden benaderd. Voor sommige aanvragen was het ontbreken van een gebouw onmiddellijk reden voor afwijzing terwijl andere aanvragers een positief advies kregen op voorwaarde dat ze nog voor huisvesting zouden zorgen. Bij sommigen worden diversiteitsregels strenger toegepast dan bij andere aanvragers.

In haar adviezen lijkt de raad niet altijd het onderscheid te kunnen maken tussen een oppervlakkige aanpak en een op alle fronten weldoordacht diversiteitsbeleid. Er lijkt geen goed onderscheid te zijn tussen instellingen die pas zeer recent op enigerlei wijze met
inclusiviteit aan de slag zijn gegaan en organisaties die dit proces vanaf hun ontstaan in hun DNA hebben en organisaties die dit proces eerlijker en diepgaander doorlopen. Bovendien moeten we constateren dat onder druk van de door de raad gewenste
verbreding en vernieuwing de traditionele zorg voor internationale top en vooruitstrevendheid een ondergeschoven kindje is geworden. De raad verbreedt wel maar vlakt ook af, en dat is een vreemde uitkomst voor een regeling die Nederland juist
vooruitstrevend en internationaal competitief moet helpen houden.

Wellicht is dit te wijten aan de onduidelijkheid die de categorie Ontwikkelinstellingen al vanaf het begin achtervolgt. Nu, meer dan ooit, blijkt dat de Raad deze categorie heeft moeten behandelen als vergaarbak voor beleidsdoelen die in andere categorien
onvoldoende worden gewaarborgd. Zo moest binnen deze ene nieuwe categorie het grote gebrek aan vernieuwing én diversiteit in de andere categorieën worden opgevangen. Hierdoor bleef er te weinig ruimte over voor een visie op wat een ‘ontwikkelinstelling’ nou eigenlijk zou moeten zijn. Dit blijkt ook uit de grote nadruk die de Raad in zijn adviezen legt op publieksbereik en speelplekken. Een visie op ontwikkeling, de zaak die toch centraal zou moeten staan, lijkt van secundair belang te zijn geweest in de overwegingen, waardoor er paradoxaal genoeg minder ruimte is gekomen voor kunstenaars om ‘genres en disciplines opnieuw uit te vinden, om zichzelf te vernieuwen, om te falen’ zoals de Raad zelf in zijn inleiding centraal stelt.

Het gebrek aan een heldere visie blijkt tevens uit het feit dat de verschillende ‘netwerkorganisaties’ in de podiumkunsten in eerste instantie uitdrukkelijk naar voren werden geschoven als ‘best practice’ binnen de ontwikkelinstellingen, maar deze in de
uiteindelijke beslissingen grotendeels werden gepasseerd ten faveure van instellingen met een traditionelere organisatiestructuur. Hoewel de minister en de Raad steeds hebben gepleit voor het verzorgen van een goed ecosysteem ontstaan er nu grote hiaten in de
combinatie van bepaalde genres (zoals de hedendaagse muziek) en functies als talentontwikkeling en innovatie, waardoor de keten niet goed kan functioneren.

De Raad heeft aangegeven dat ze het advies van haar commissies op sommige punten naast zich neer heeft gelegd, en eigen beslissingen heeft genomen. Dit roept sterk de vraag op waar de raad ook in het beoordelingsproces van de Ontwikkelinstellingen heeft
ingegrepen: is dat over de gehele linie eerlijk gemeld? De transparantie wordt in onze uitzonderlijk overvraagde categorie nog eens bemoeilijkt vanwege het feit dat het beslissingsproces over meerdere schijven is gelopen. In de inleiding op het advies staat dat er ‘is gebruikgemaakt van expertise van de commissies die zich over de specifieke genres en disciplines hebben gebogen’, maar over wie dit gaat, en in welke gevallen, wordt nergens toegelicht. Waar bij andere categorieën helder is wie in welke commissie zat is bij ons nu onhelder wie op welk moment welke zwaarte van stem had.

Door het ontbreken van een heldere visie en een goed geformuleerde opdracht en een veel hoger aantal aanvragen dan van tevoren was verwacht stond de raad voor een moeilijke opdracht, en dat verdient dan ook alle begrip. Maar tijdsdruk en een te laag
budget lijken tot een advies te hebben geleid dat niet overal op even transparante wijze tot stand is gekomen en dat onzorgvuldigheden en onduidelijkheden bevat.

Het grote aantal positief beoordeelde aanvragen wijst bovenal op het feit dat er eenvoudigweg te weinig geld is vrijgemaakt voor de kwaliteit in talent die er in Nederland aanwezig is. Om zowel genrevernieuwing, geografische spreiding, nieuwe organisatievormen als bestaande kwaliteit op het gebied van talentontwikkeling te kunnen waarborgen is het deel van het budget dat naar Ontwikkelinstellingen gaat eenvoudigweg ontoereikend.

We vragen de minister en de politiek samen extra budget vrij te maken. En we stellen voor om met de sector en de politiek samen met de raad, ook in het licht van de huidige crisis, een herijkte visie te formuleren over de plek die Ontwikkelinstellingen in de keten zouden moeten innemen. We nodigen de minister en de Raad voor Cultuur daarom graag uit tot een verder gesprek, waarin een dergelijke visie gezamenlijk kan worden geformuleerd. Dit proces kan hopelijk leiden tot een extra ronde van aanvragen van ontwikkelinstellingen die meededen in de afgelopen ronde. Het zou een kans zijn om vanuit een gedeelde visie en een gedeeld belang een grote verscheidenheid aan soorten ontwikkeling zeker te stellen voor de toekomst.

Een kunstensector die zijn rijkdom toont in vele belangwekkende en onderscheidende ontwikkelplekken verdient het om een stevigere impuls te ontvangen. Juist in deze tijden, waarin het coronavirus en grote maatschappelijke bewegingen oude zekerheden op losse schroeven hebben gezet, is de ruimte die ontwikkelinstellingen maken voor het zoeken naar nieuwe vormen essentieel.

Deze brief is opgebouwd uit soms uiteenlopende ervaringen van verschillende soorten ontwikkelinstellingen. We tekenen wellicht om verschillende redenen maar hoe dan ook solidair deze brief omdat we uiteindelijk allemaal hetzelfde willen.

Meer ruimte voor ontwikkeling. Juist nu.

A/MorphCreative Court
Dansateliers
Epitome Entertainment
Feikes Huis
Frascati
KASKO
LIMA
M-Lab
Nationale Jeugdorkesten Nederland
Paradiso Melkweg Productiehuis
PLAN/Theater Artemis
PLAN/Het Zuidelijk Toneel
PLAN/Theaterfestival Boulevard
PLAN/DansBrabant
PLAN/United Cowboys
PLAN/Podium Bloos
PLAN/Festival Cement
PLAN/De Nieuwe Vorst
PLAN/Festival Circolo
PLAN/Parktheater Eindhoven
Podium Mozaïek
Productiehuis Theater Rotterdam
RIGHTABOUTNOW INC.
Rizoom/Asko|Schönberg
Rizoom/De Doelen
Rizoom/Gaudeamus
Rizoom/Intro in Situ
Rizoom/Korzo
Rizoom/November Music
Rizoom/Muziekgebouw aan ‘t IJ
Silbersee
Sonic Acts
Standplaats Midden/Het Huis Utrecht
Standplaats Midden/SPRING
Standplaats Midden/Het Filiaal theatermakers
Standplaats Midden/De Coöperatie
3
Standplaats Midden/Holland Opera
Standplaats Midden/Gaudeamus
STEIM
STRP
V2_Lab voor de Instabiele Media
de Veenfabriek
Veem House for Performance
De Waag
What design can do
VIA ZUID/Intro in Situ

Laatste nieuws